De kogge: cruciale schakel opbloeiende handel Hanzesteden

lees meer over de Kamper Kogge

Historie

Kogge
De kogge, 'kustvaarder van de middeleeuwen', is het eerste zeewaardige schip uit de late middeleeuwen (1300 - 1500) dat handelsbetrekkingen tussen de Hanzesteden mogelijk maakt. Voorloper van de kogge is vermoedelijk het Friese wadschip en niet zoals vaak wordt aangenomen de knarr, een type vikingschip dat ook vracht vervoerde. Koggen hebben net als de - veel kleinere - Friese schepen een vrij platte bodem en zijn genageld in plaats van geklonken. Er zijn ook wetenschappers die vermoeden dat de voor die tijd en in deze streken zeer vernieuwende bouwtechniek door kruisvaarders is afgekeken van de scheepsbouwers rond de Middellandse zee.

De kogge, met een lengte van 15 tot 30 meter en een laadvermogen tussen de 60 en 80 ton, is een belangrijke stap voorwaarts in de ontwikkeling van de scheepsbouw. Het schip is een van de eerste met een stevenroer, een roer in het midden in plaats van aan de rechter (stuurboord) kant. Het schip kan grote hoeveelheden vracht vervoeren over de meest gangbare handelsroutes in die dagen: de zee en de rivieren. De kogge vormt dan ook een cruciale schakel in de opbloeiende handel van steden in Noord-Europa, verenigd in het Hanzeverbond. Honderden koggen bevaren in de late middeleeuwen de Noord- en Oostzee.

Ommelandvaart
Een veel bevaren route in die tijd is die vanuit de Lage Landen om Denemarken naar de Oostzeelanden, de Ommelandvaart. Een gevaarlijke tocht want het kan daar behoorlijk spoken door de wind en onberekenbare stromingen. De schippers die deze risicovolle tocht maken worden Ommelandvaarders genoemd. Aan boord bevinden zich naast de schipper en de aangemonsterde bemanning (scheepskinderen) kooplieden die zich met hun handelswaar hebben ingekocht voor een reis, in totaal ongeveer twintig mensen.

Eten koken gebeurt op een kookplaat: een laag stenen met daaronder zand. De maaltijd bestaat veelal uit bonen en gedroogd spek en het drinken aan boord is bier. Slapen doen de opvarenden op en bij de lading. Een kogge telt doorgaans meerdere eigenaren zodat bij verlies van schip of lading de schade kan worden gedeeld. Het vaarseizoen loopt vanaf februari (Sint Pieter op 22 februari, later vervroegd naar Maria Lichtmis op 2 februari) tot half november (omstreeks Sint Maarten op 11 november). Vanwege de korte dagen, het barre weer en een vaak dichtgevroren Oostzee ligt de vaart in de winter stil.

meer lezen over Ommelandvaart 2016

De stad Kampen
Wanneer Kampen precies is onstaan is niet bekend. Er bestaat al een houten nederzetting op de plek van het huidige Kampen rond het midden van de twaalfde eeuw, maar de stad zelf wordt voor het eerst genoemd in een document uit 1227. Dankzij haar gunstige ligging aan de IJssel en de Zuiderzee kan de stad in snel tempo uitgroeien tot een van de machtigste en toonaangevendste handelssteden in noordelijk Europa. Met de koggen kunnen grote hoeveelheden vracht tegen lage prijzen worden vervoerd en door haar ligging is het de ideale plek om goederen over te laden in kleinere rivierschepen. De stad telt op het hoogtepunt van haar bloei, omstreeks 1450, ruim zesduizend inwoners en beschikt dan over een vloot van meer dan honderd koggeschepen.

De Kamper koggen vervoeren voornamelijk zout, graan, hout, haring en laken. Kampen doet goede zaken dankzij het Hanzeverbond, maar wel zoals het haar uitkomt. Pas in 1441 sluit de stad zich officieel aan bij de Hanze. Ook binnen de Hanze heeft de stad veel invloed. Dat leidt meer dan eens tot aanvaringen, zoals over de bouw van een brug over de IJssel in 1448. De steden stroomopwaarts vrezen tolheffing en protesteren uit alle macht, maar Kampen zet de plannen gewoon door. Door het verzanden van de monding van de IJssel vanaf halverwege de vijftiende eeuw loopt de Kamper zeevaart en handel langzaam maar zeker terug en komt er een einde aan de voorspoed van de stad.

038-3310515

kogge@kamperkogge.nl