Vogels, vissen ...en een muis

door Reijer van 't Hul
Sprookspreker van de Kamper Kogge en initiatiefnemer Ommelandvaart 2016

Koggeschepen waren vrachtschepen die langs de kusten van Noord – en Oostzee zeilden naar de havensteden van noordwest Europa. De Kamper Kogge heeft dat in deze moderne tijd ook al vele keren gedaan.
Naar het zuiden was de Zwarte Dame in Oostende en Duinkerken. In Engeland werd Kings’ Lynn bezocht. In 2004 werd in het Deense Skagen afgemeerd en werden meerdere Deense havens bezocht.

In datzelfde jaar van de mislukte Ommelandvaart was de Kogge in Lübeck, Wismar, Stralsund, Rostock en op de terugweg in Bremerhaven. Diverse Waddeneilanden, waaronder Borkum, werden met onze Kogge aangedaan. Op Helgoland waren we ook enkele keren.
Geen reis is hetzelfde. Elke keer wordt de bemanning verrast met ontmoetingen op zee. ’s Nachts de vele lichten en bij daglicht kom je van alles tegen. Daar zijn de windmolenparken; de boorplatforms; vissersschepen; zeiljachten; zeecoasters; containerschepen; reddingsboten; ferry’s; passagierssschepen; enorme autoschepen; één keer zelfs een onderzeeër; marineschepen en schepen van de douane en kustwacht. Af en toe een helicopter; silhouetten van torens en vuurtorens. Vliegtuigen die lange witte strepen trekken. Heel bijzonder zijn de ontmoetingen met de Duitse koggeschepen en die ene Zweedse.
Maar ook zijn er onderweg de vogels, de vissen en de zeezoogdieren. In het duister zie je soms het oplichtende plankton. En in de nacht trekt een ruimtecapsule haar baan als een bewegende ster. Kleine en grote kwallen drijven naast het donker bruine eikenhout. In sluizen en aan de kades zijn kreeften en krabben altijd van de partij en tussen de oeverstenen vind je oesters en mossels en aan de kade – en sluismuren hangt het groene spinazie-achtige algwier.

Zeemeeuwen hebben we nog nooit gezien. Die soort bestaat namelijk niet. Wat we op zee tegenkomen zijn de zilver- en mantelmeeuwen. Op binnenwateren ook de kokmeeuwen. Verder zijn er visdiefjes, noorse stormvogels, jan van genten en langs de kust aalscholvers te zien. Langs de kust en ook ver op zee zien we soms eidereenden; zwarte zeeëenden, alken en zeekoeten. Bij riviermondingen en in de Oostzee is de zaagbek te zien. Deze viseter is in ons land een wintergast en vertrekt na de winter richting het oosten.

Bijzonder was te ervaren dat deze soort in de zomer in het Kielerkanaal bleek te broeden. Ook opvallend waren de vele meeuwennesten op de dikke dukdalven in voornoemd kanaal. Daar hoorde we ook de koekkoek roepen en vloog de ‘flying door,’ ofwel de zeearend vlak boven de kogge een tijdje met ons mee. Rondom het Keteleiland zien we regelmatig de zeearend. Ook de zilverreiger en soms een groepje flamingo’s komen daar voor. Op een met gras en wat struiken begroeide strekdam voor Den Oever nestelde een kolonie lepelaars.
In 2011 zeilden we vlak langs een Deens eiland. Mooi zonnig en warm weer. De koggerik met de verrekijker ontdekte een naaktstrand met enkele bijzondere vogelsoorten: het witte kwitstaartje; twee roodborstjes en de orgasmus.
Heel veel vogelsoorten zijn trekvogels. In het voorjaar van zuid naar noorden en in de herfst weer terug. In groepen van honderden en duizenden tegelijk volgen ze vaak de kustlijnen en moeten soms de zee oversteken. Bij harde wind hebben ze het zwaar en vele vogels, uitgeput van de lange reis, halen de overkant niet. Soms landen ze total loss op een schip.

Op de kogge landde een keer een duif op het kasteel, die je zo kon oprapen. Bleef een hele dag zitten. Boven Borkum viel een merel als dood op het dek. Dook weg in een hoekje. De volgende dag werd ie opgepakt en van boord gegooid. Het beestje vloog direct naar een rode ton vlakbij om nog langer uit te rusten. In een dikke wind landde eens een keep, een vinkachtige, op de schouder van een koggerik. Met een harde wind zeilden we eens begin mei boven Borkum. Groepen van honderden graspiepers passeerden ons. Met de verrekijker pikte ik er eentje uit met een rode keel. De heel zeldzame roodkeel pieper!

Over zoogdieren op het water is niet veel te vertellen. Terug zeilend van het Ketelmeer zwom eens vlak voor de ingang van het Keteldiep een ree. En dat zijn uitstekende zwemmers. Af en toe zien we wel eens een bruinvis, altijd mooi om ze te zien. En natuurlijk in de buurt van eilanden en zandbanken vaak zeehonden.
In 2004 waren we onderweg van Travemünde naar Lübeck. Ineens dook Berend Scholten languit op het dek en had een muis te pakken. Deze had de overval niet overleefd. Berend liet ons een bloedend muizenkopje zien. Het voorval haalde zelfs de krant in Kampen. Bleek later een typische Berendgrap te zijn: was een nepmuis. Honden gingen wel eens mee aan boord. Scheepshondje Tasja werd een begrip aan boord van de Kogge. Het kleine witte krulpoedeltje van de Kronemannen was de levende, witte mascotte op de Zwarte Dame. Het witte tornadootje was zelfs de grote, Engelse bulldog van Jaap Kiers aan boord de baas.
Op Terschelling met onze Kogge. Burgemeester Koelewijn, wethouder Tabak en twee werknemers van het Gemeente archief mee. Allemaal in middeleeuwse kleding. Burgemeester Koelewijn vond het een mooi moment voor een groepsfoto. Een meneer op de kade gevraagd om de foto te nemen. Toen de groep er klaar voor was, riep de burgemeester 'kijken naar het vogeltje!’ Op datzelfde moment landde er vlak naast de fotograaf op de bakboordbolder een mus. We kwamen niet meer bij van het lachen!
Soms wordt er op zee gevist vanaf de Kogge. Jan Pol en Johan van Heerde zijn de experts. Makreel , schol en geep is dan de vangst. De vis wordt direct schoongemaakt en gebakken. Verser kan het niet: heerlijk!