Ommelandvaart 2016
Ommelandvaarders Kamper Kogge wacht heldenonthaal
meer lezen
Gastblog Wouter Waldus 'Platvissen en ons verhaal'
meer lezen
Kamper Kogge
laat historie en Hanzetijd herleven

De enige varende kogge van Nederland treedt in het eeuwenoude zog van haar middeleeuwse voorgangers met de Ommelandvaart 2016.

Meer lezen over de Ommelandvaart, de Hanze,
middeleeuwse kost, Koggerecepten en blogs?
Klik hier!
De Kamper Kogge

De Kamper Kogge is een zo authentiek mogelijk evenbeeld van een handelsschip uit de veertiende eeuw. Vrijwilligers van de Stichting Kamper Kogge zetten zich op allerlei manieren in om het schip in de vaart te houden en zo een bijdrage te leveren aan de cultuurhistorie van de Hanzestad Kampen en het varend erfgoed van Nederland.

Ommelandvaart weetjes

Hoe snel vaart de Kamper Kogge?

Hoe snel vaart de Kamper Kogge?
Onder zeil heeft de Kamper Kogge een snelheid gelijk aan de windsnelheid. Voor de Ommelandvaart 2016 is schipper Sander Klos uitgegaan van een kruissnelheid (gemiddelde snelheid) van 4 tot 5 knopen (zeemijl per uur). Dat is ongeveer 7,5 tot 9 km/uur. Om deze kruissnelheid ook bij weinig wind te halen, kunnen zonodig de motoren worden aangezet om ‘bij te knopen'.

Waar komt de term ‘knopen' vandaan?

Waar komt de term ‘knopen' vandaan?
De vaarsnelheid van een schip wordt uitgedrukt in knopen. Een knoop staat voor één nautische mijl (1852 meter) per uur. Het begrip ‘knoop’ stamt uit de middeleeuwen. Om de vaarsnelheid te meten, gooit de bemanning een plankje overboord met een touw eraan. Dat plankje blijft op die plek drijven. In het touw zit om de zoveel meter een knoop en door een bepaalde tijd (met behulp van een zandloper) de knopen te tellen terwijl het schip doorvaart, wordt de snelheid bepaald. Later is deze methode wereldwijd gestandaardiseerd: 50 voet voor de ruimte tussen de knopen en een halve minuut voor de meettijd.

Gissen buitenboord
Nog een manier om de snelheid te meten in die tijd: 'gissen buitenboord’ oftewel 'Dutchman’s log’. Hiervoor gooit de bemanning een plankje overboord vanaf het voorschip en meet de tijd die verstrijkt tot het achterschip het plankje passeert. Met de gemeten tijd in combinatie met de lengte van het schip wordt de snelheid berekend.

Lagerwal

Lagerwal
De bekende uitdrukking ‘aan lagerwal raken' komt uit de zeilvaart. Lagerwal is de wal waar de wind naartoe waait. Wie met z’n schip dan te dicht bij de wal komt, kan haast niet meer wegvaren. Bij hogerwal werkt het omgekeerd: de wind waait in dat geval vanaf de kust wat wegvaren makkelijk maakt.
Voor de Kamper Kogge is het spannend hoe de wind staat in de beruchte ‘Jammerbocht’, de noordelijke bocht bij Jutland. Middeleeuwse koggeschepen lagen hier wel dagen tot weken te wachten tot de wind draaide en ze verder konden varen naar de Oostzee. Koggeschipper Sander Klos hoopt voor de tweede etappe van de Ommelandvaart 2016, vanaf Skagen naar Lübeck, op westenwind want dat betekent hogerwal. ‘Dan heb je de beschutting van het land maar loop je niet het risico te stranden.’

Windkracht

Windkracht
Op zich is een fikse windkracht geen probleem voor een stabiel en robuust zeilschip als de Kamper Kogge. Schipper Sander Klos: ‘Maar de vraag is: wat dat doet met de zee, de golven?’ De wind kan het water behoorlijk opstuwen, met als gevolg enorme golven. Vooral ‘brekers’, hoge, brekende golven met witte schuimkoppen, kunnen gevaarlijk zijn. In een open schip als de kogge kan het dan behoorlijk nat worden binnen. En dat is nog niet het ergste: spullen maar ook mensen kunnen overboord slaan en een schip kan platgaan of zelfs kapseizen. Brekers ontstaan vaak bij zeegaten of riviermondingen bij eb tegen de wind in, dus als de stroming richting zee en de golven vanaf zee elkaar ontmoeten. Dan krijg je twee tegengestelde krachten met als gevolg een concentratie van steile, brekende golven.

Golven

Golven
De maan, of beter gezegd de zwaartekracht van de maan, zorgt voor golven op de aardse zee. De maan trekt het water op aarde iets naar zich toe (vloed) maar omdat de aarde langzaam ronddraait verschuift die aantrekkingskracht steeds. Zodra de maan het water niet meer aantrekt, is het eb. Ook de wind helpt een handje mee bij de golfvorming door het water op te stuwen in een bepaalde richting. Hoe dieper het water, hoe meer ruimte het water heeft. Bij de kust is het water ondieper en heeft het dus veel minder bewegingsruimte. Dat is de reden dat open zee zelfs bij een behoorlijke deining toch goed bevaarbaar blijft. Terwijl het dichterbij de kust juist veel onstuimiger is.

Vaarsnelwegen

Vaarsnelwegen
Net als op het land heb je op zee ook snelwegen. Deze vaarsnelwegen, compleet met gescheiden rijbanen, zijn bestemd voor de (internationale) grote scheepvaart. Vergelijk een veertiende eeuws Hanzeschip als de Kamper Kogge met het vervoermiddel over land in die tijd, paard en wagen, dan is meteen duidelijk dat de kogge niet op zo'n vaarsnelweg thuishoort. Daarom is de Kamper Kogge tijdens de Ommelandvaart 2016 meest daarbuiten, op open zee, te vinden. Daar kan de kogge hooguit af en toe een boorplatform of visserijschip tegenkomen. Maar soms moet de kogge toch zo’n vaarsnelweg met mammoettankers, containerschepen en snelle cruisers oversteken. Om een veilige oversteek te garanderen, wordt dat ruim van tevoren gemeld en doorgegeven aan alle schepen die op dat moment in de buurt zijn.

Navigeren in de middeleeuwen

Navigeren in de middeleeuwen
Om te navigeren zijn in ieder geval twee zaken belangrijk om te weten: de plek waar je bent en de plek waar je naartoe wilt. Hoe deden ze dat in de middeleeuwen, zonder gps, radar of computer?
In die tijd blijven zeelieden vaak dicht onder de kust. Aan de hand van herkenningspunten aan wal kunnen ze zien waar ze zijn, hoewel dat ’s nachts in het donker en bij mist natuurlijk erg lastig is. Ook nemen ze onderweg monsters van de bodem. Door hun ervaring kunnen ze aan de hand van het bodemtype hun plaats bepalen.
Je plaats bepalen op zee kan als je de breedtegraad en lengtegraad weet. Voor het bepalen van de breedtegraad gebruiken middeleeuwse zeelieden het astrolabium (gradenmeter) en vanaf de veertiende eeuw ook de jakobsstaf (gradenstok) en nog weer later de sextant. Deze instrumenten meten de hoek tussen de zon of poolster en de horizon.
Koers bepalen gebeurt - bij helder weer - met behulp van de zon en de sterren. En met nog een heel belangrijk hulpmiddel, ontwikkeld in de twaalfde eeuw: het magnetisch kompas.

‘Hondenwacht’

‘Hondenwacht’
De Kamper Kogge vaart tijdens de Ommelandvaart meerdere dagen en nachten aan een stuk door. De bemanning wordt dan opgedeeld in wachtploegen. Voor de heenreis staan klokje rond drie wachten van vier personen paraat. Het schema ’s nachts is drie uur op en zes uur af, overdag vier op vier af. Op deze manier wordt de ‘hondenwacht’, dat is de lastige wacht tussen 00.00 en 04.00 uur, het eerlijkst verdeeld.

Even voorstellen
bemanning terugreis

Jackie van den Bosch

schipper/scheepskok

meer lezen
Tiemen Jan van Dijk

assistent-schipper

meer lezen
Even voorstellen
bemanning heenreis